---
Zoeken in Amsterdamse Bos

Ontwerp Boschplan

Op deze pagina - Ontwerp Boschplan


Bij het ontwerpen van het Amsterdamse Bos in de jaren dertig van de vorige eeuw stond één ding vast: het moest een gebruiksbos zijn voor alle Amsterdammers.

Ideeën hiervoor werden uit het buitenland gehaald. Tot dan waren de Nederlandse parken vooral bedoeld voor een zondagse wandeling. Dat in Londen mensen in parken op het gras mochten zitten of picknicken was revolutionair. De Duitse volksparken hadden als belangrijkste doel mensen de ruimte te geven voor sport en recreatie.

Het Amsterdamse Bos moest een ideale mix zijn van natuurlijk parklandschap en mogelijkheden voor recreatie en ontspanning. De grote speelvijver en de grote speelweide zijn een voorbeeld van deze mix: niet alleen om naar te kijken, maar ook om te gebruiken.

Foto: De ontwerpers van het Boschplan: Cornelis van Eesteren en Jacoba Mulder.

De heuvel

Een groot deel van het bos is in de Engelse landschapsstijl ontworpen. Vanaf de heuvel zijn de kenmerken van deze landschapsstijl goed te herkennen. De Engelse landschapsstijl heeft een natuurlijke uitstraling: glooiende weiden, verspreide boomgroepen, bochtige watergangen en gekromde bosranden. Door bewust ontworpen zichtlijnen en ‘verdwijnpunten’ lijkt het bos groter dan het is. Het geeft de illusie van oneindigheid: wat ligt er om de hoek? En om de volgende hoek?

Architect Cornelis van Eesteren, die samen met Jacoba Mulder het Boschplan ontwierp, raakte tijdens een boswandeling in gesprek met een voor hem onbekende bezoeker. ‘Meneer, wat is het hier mooi. Ik hoef niet naar Oostenrijk.’ Een groter compliment had die man niet kunnen maken.

Foto: Winters tafereel op de Heuvel.

Oeverlanden

Het gebied waar nu het Amsterdamse Bos ligt, was vroeger veengebied. In de negentiende eeuw is het veen grotendeels afgegraven. Het gedroogde veen (turf) werd gebruikt om de Amsterdamse huizen te verwarmen. Het gebied kwam daardoor een stuk lager te liggen en moest worden bemaald. Technisch gezien is het Amsterdamse Bos dus een polder.

Niet heel het gebied werd afgegraven. In de Oeverlanden bij de Poel ligt het veen nog aan de oppervlakte. Hier is het oude landschap te vinden. Daar komen nu bijzondere dieren- en plantensoorten voor zoals de kleine watersalamander, de ringslang, de kleine karekiet (een vogel die verborgen in het riet leeft), de nachtorchis en het vleesetende zonnedauw.

Schinkelbos

Het Schinkelbos is een nieuw stukje Amsterdamse Bos. Het uiteindelijke doel is een natuurlijk gebied met afwisselend rietmoeras, open water en snelgroeiende moerasbossen. Bij de aanleg is hiermee rekening gehouden. Midden in het gebied zijn waterpartijen en ondiepe stukken uitgegraven. Vooraf zijn een aantal plantensoorten ingezaaid.

Bijzonder aan het Schinkelbos is dat de natuur haar gang kan gaan. De enige echte beheerders in het gebied zijn de Schotse Hooglanders. Deze langharige runderen zorgen voor het maaiwerk. Daardoor ontstaat er veel afwisseling in de begroeiing.

Voor een jong gebied als het Schinkelbos is het bijzonder dat er nu al zeldzame vogelsoorten broeden, zoals de dodaars en de roodborsttapuit. Ook de zeldzame lepelaar en visarend zijn waargenomen.

Bruggen

Bij het ontwerp van het bos in de jaren dertig was een van de uitgangspunten dat mensen in het bos kunnen gaan en staan waar ze willen. Om dit mogelijk te maken werd een uitgebreid padennet voor voetgangers, fietsers en ruiters aangelegd. Verder zijn de waterpartijen, waaronder vele sloten, een belangrijk onderdeel van het bos. Deze twee gegevens leidden samen tot het grote aantal van 116 bruggen in het Amsterdamse Bos. Juist door deze bruggen onderscheidt het Amsterdamse Bos zich van andere bosparken en recreatiegebieden.

Een bijzonder onderdeel van de collectie bruggen vormen de 67 bruggen van architect Piet Kramer. Hij behoorde tot de architectuurstroming de Amsterdamse School. De architecten van de Amsterdamse School hadden een revolutionaire artistieke visie op architectuur en waren op alle terreinen van vormgeving actief. Ze ontwierpen naast gebouwen onder andere ook meubels, lampen, postzegels, beelden, affiches en bruggen.

Geen van de 67 bruggen van Piet Kramer zijn gelijk. Kramer zocht bij de ontwerpen naar een samenhang tussen constructie, materiaalgebruik, kleurgebruik, de omgeving en vormgeving.

Ballenbruggetjes

Een bijzondere positie hebben de ballenbruggetjes van Kramer rond de Bosbaan en het openluchttheater. De opvallend gekleurde ballen dienen als contragewicht voor het brugdeel dat omhoog kan klappen. Kramer werd voor deze bruggen geïnspireerd door een bezoek aan een park bij Parijs. Daar zag hij de bruggen van de achttiende-eeuwse Franse ingenieur Belidor, die deze constructie voor het eerst in de praktijk bracht. De ballenbruggen zijn sober uitgevoerd, zonder franje, zodat de eenvoudige constructie van de brug des te meer opvalt.

Foto: Brug 531, blauwe balletjesbrug bij de Bosbaan.


Houten bruggen

De houten bruggen van Kramer hebben eenvoudige grondvormen. Door te variëren op deze grondvormen ontstond er een rijk gevarieerde collectie. Robuuste constructies en de toepassing van bijzondere houtverbindingen zijn kenmerkend voor de houten bruggen van Kramer.

Bij sommige bruggen liet hij zich inspireren door oosterse invloeden. Dat is bijvoorbeeld terug te zien bij de afwerking van de einden van leuningen of bij enkele houten pilaren met karakteristieke rode gekleurde koppen.

Gekleurde bruggen

Kramer gaf zijn houten bruggen over het algemeen opvallende kleuren. Bij zijn eerste, vooroorlogse bruggen gebruikte hij vaak wit als basis en legde hij accenten met zwart en ‘Amsterdams’ rood. In het na-oorlogse zuidelijkere deel van het bos experimenteerde hij weer met pastelachtige kleurencombinaties.

De gekleurde bruggen contrasteren sterk met de natuurlijke kleuren van het bos. Mede hierdoor geven de bruggen het Amsterdamse Bos zijn eigen karakter. Ze vallen op in het landschap. Bovendien komen de vormen en opvallende elementen van de brug beter uit.

Foto: Brug 559 in het zuidelijk deel van het Bos.

Restauratie

De kwetsbare Kramer-bruggen zijn in de loop der jaren aangetast door weer en wind. Sommige bruggen zijn in het verleden bruin overgeschilderd, waarbij dus de oorspronkelijke kleuren verdwenen. Dankzij een uitgebreide renovatieronde zijn de bruggen inmiddels weer in hun oorspronkelijke staat hersteld. Daarbij zijn ook de oorspronkelijke unieke kleuren weer aangebracht. Van sommige bruggen is echter niet bekend welke kleuren ze precies hadden. Deze bruggen zijn zwart-wit overgeschilderd, zoveel mogelijk in stijl met de overige bruggen.

Nieuwe bruggen

Een aantal sterk vervallen, niet monumentale, oude bruggen worden vervangen. De nieuwe bosbrug is onderhoudsvriendelijk en duurzaam ontworpen dankzij de combinatie van hout en staal. De basis van de stalen brug met een houten brugdek wordt gevormd door een elegante boogvorm. De vier tussensteunpunten zijn doorgetrokken als taps toelopende zuiltjes die met hun stalen ‘koppen’ de brug markeren. Het ontwerp van MTD landschapsarchitecten is een verwijzing naar bruggetjes uit de tijd van de vervening. Deze bruggetjes bestonden uit een vergelijkbare constructie, waardoor turfschepen onder de brug door konden varen.