---
Zoeken in Amsterdamse Bos
Pad tot huidige pagina

Veelgestelde vragen ecologische verbindingszone

Veelgestelde vragen ecologische verbindingszone

Hier vind je de meest gestelde vragen over de ecologische verbindingszone in het Amsterdamse Bos.

Met de EVZ worden barrières voor dieren, zoals steile oevers en wegen, opgeheven. De actieradius van veel, voornamelijk kleine, diersoorten bedraagt soms slechts een paar honderd meter. Is er binnen die afstand geen geschikt leefgebied aanwezig dan is migratie niet mogelijk en raken populaties geïsoleerd. Het verbinden van leefgebieden maakt uitwisseling tussen populaties mogelijk en is daarmee van groot belang voor het voortbestaan van dieren.

De werkzaamheden zijn gestart op 12 oktober 2016 en duren tot mei 2017. Op regelmatige afstand worden poelen gegraven, zowel langs de Ringvaart als in het traject door het Amsterdamse Bos. Over het gehele traject worden natuurvriendelijke oevers, bloemrijke graslanden en structuurrijke bosranden aangelegd. In de Burgemeester Colijnweg, Nieuwe Meerlaan en Bosrandweg richten we faunapassages in.

De ecologische verbindingszone verbindt verschillende kleine natuurgebieden met elkaar, van Spaarnwoude tot Abcoude. Het deel door het Amsterdamse Bos loopt vanaf de Nieuwe Meer, langs de Ringvaart en ten zuiden van de A9 verder tot in het Schinkelbos. De EVZ wordt langs de oever van de Ringvaart ongeveer zes meter breed.

Natuur en recreatie gaan in het Amsterdamse Bos altijd hand in hand. Bezoekers kunnen straks ook genieten van de flora en fauna die dankzij de EVZ ontstaat. Langs de Ringvaart worden drie recreatieplekken ingericht met houten meubels en steigers: bij de aanlegplek van de veerpont 'Ome Piet', ter hoogte van de parkeerplaats Berkenhoek en bij de loswal langs de Nieuwe Meerlaan. Dit zijn nu ook al plekken die voor recreatie worden gebruikt. Het fietspad langs de Ringvaart wordt opgeknapt.

Voor de aanleg van de natuurvriendelijke oevers en poelen is licht en ruimte nodig. Zo is de opwarming van poelen belangrijk voor de voortplanting van amfibieën. Voor kleine dieren is het creëren van een bosrand met struiken en bloemen enorm belangrijk. Dieren verplaatsen zich voornamelijk op de grens tussen bos en open gebied, langs oevers en bosranden. Daar vinden ze de meeste bescherming en het meeste voedsel.

De uitvoering van de werkzaamheden kan voor de bosbezoekers en omwonenden enige (geluids)hinder met zich meebrengen. Tijdens de werkzaamheden worden gebruikers van wandel- en fietspaden (tijdelijk) omgeleid.

De ringslang, de waterspitsmuis, de meervleermuis en het hooibeestje (een dagvlinder) zijn zogenaamde gidssoorten. Als de ecologische verbindingszone functioneert voor deze soorten dan profiteren daar ook een heleboel andere soorten van.