Pad tot huidige pagina

Gastblog van het Amsterdamse Bos

Gastblog van het Amsterdamse Bos

In dit gastblog delen medewerkers van het Amsterdamse Bos interessante kennis en ervaringen. Van bijzondere bomen tot onze Schotse Hooglanders, van festivals tot educatie. Lees mee!

Natuurpanorama in het Amsterdamse Bos

NB Bij elke weblog kan helaas maar één foto geplaatst worden. Kijk op onze facebookpagina voor méér foto's.

Reacties

Je kunt op een blog reageren via de knop, 'reageer' onder het bericht. Reacties worden een paar keer per week verwerkt. Dit betekent dat het even kan duren voor jouw reactie zichtbaar is.

Donder, bliksem en vuur bij de Koenenkade
4 december 2019 om 06:00
Gastblog Amsterdamse Bos
Arie Verhaar zet de Koenenmolen op de wind ongeveer 1910 (met hond en kat)

Het leek een dag als alle andere te worden, die 4 december 1919, nu een eeuw geleden. Maar dat werd het allerminst. ’s Avonds trekt een hevig onweer over de gemeente Nieuw-Amstel en om acht uur valt in het dorp Amstelveen het elektrische licht uit. In die diepe duisternis tekent zich een helse vuurgloed af bij de Nieuwe Meer. De Koenenmolen uit 1635 staat in de hens. De brandweer rukt uit, maar het is een ongelijke strijd. De Koenenmolen is reddeloos verloren.

De molen ontvlucht
Het blad De Molenaar bericht enkele dagen later dat de bliksem als eerste insloeg in de stal naast de Koenenmolen. Een enorme klap waarbij drie van de zeven koeien direct dood neervielen, maar waardoor wonder boven wonder geen brand uitbrak. Dat was wel even anders toen vervolgens de bliksem in de bewoonde molen zelf insloeg. De vlammen laaiden meteen hoog op. Arie Verhaar met vrouw en knecht moesten de molen hals over kop ontvluchten zonder ook maar iets mee te kunnen nemen.  Zijn hond en de kat (zie foto) hebben eigen pootjes, dus hopelijk hebben die het ook gered. Maar dat lees ik nergens. Wel dat ook zijn bootjes verbrand zijn. En dat de brandschade niet door de verzekering wordt gedekt.

IJspret
De Koenenmolen was een van de oudste molens in de buurt van Amsterdam. Deze poldermolen maalde bijna driehonderd jaar lang het overtollige water uit de polder naar de Nieuwe Meer en domineerde daar de horizon. Vele kunstenaars hadden hem vereeuwigd. Een speciaal plekje had 'ie bij de Amsterdamse schaatsers die ’s winters met duizenden tegelijk over de Schinkel en de toen nog ondiepe Nieuwe Meer naar de molen gleden. Daar aangekomen was het klunen geblazen. Om de schaatsen te sparen, werd er altijd turfstrooisel neergelegd. Verder ging de tocht dan over het Karnemelkse Gat richting Amstelveense Poel, hèt centrum voor ijsvermaak.

Gered en toch verloren
De Buitendijkse Buitenveldertse Polder-Noord was de laatste polder bij Amstelveen die nog uitgeveend werd. Het veenderijbestuur ging daarbij voortvarend te werk. In 1905 vervingen ze de eeuwenoude Koenensluis door een grotere sluis iets meer naar het oosten toe. En in 1917 lieten ze een elektrisch gemaal bouwen om de Koenenmolen te vervangen. Zo waren ze niet langer afhankelijk van de wind. Het scheelde maar weinig of de oude Koenenmolen was vanwege overbodigheid afgebroken. Kunstenaars en de bond Heemschut liepen echter met succes te hoop tegen de sloop. Wrang voelt het dat zo kort daarna toch het noodlot toesloeg en de molen volledig afbrandde. Het elektrische gemaal is het noodweer wel schadevrij uitgekomen. Het niet onaardige gebouwtje uit 1917 staat er nog steeds met binnen aan de muur een bordje, vermoedelijk uit dezelfde tijd, met het volgende rijmpje:

Klein maar fier sta ik hier
‘k Maal gezwind zonder wind Het water weg uit deze steg: ‘k Blijf de Koenemolen.

Leuk bedacht, maar voor mij blijft er toch maar één Koenenmolen en die is echt niet meer.

Dakloos
Arie Verhaar, landbouwer, molenaar/machinist, bootjesverhuurder en sluiswachter, was intussen dakloos. Maar het gemaal en de sluis moesten toch bediend. Op 26 juli 1920 wordt daarom de 1e steen gelegd voor een sluiswachter/machinistenwoning. Na 1925 is het uitvenen beëindigd en de polder drooggemalen. Nu vele meters lager. Een decennium later veranderde de omgeving opnieuw met de aanleg van de Bosbaan, de Bosbaansluis en het Koenenbos. Of Arie dat allemaal nog meegemaakt heeft weet ik niet. Hij was er zeker niet meer toen het gemaal in de tachtiger jaren geautomatiseerd werd en de machinist er niet meer naast hoefde te wonen. Bij de Koenensluis komt er ook geen sluiswachter meer aan te pas. Dit jaar is de bediening overgenomen door vrijwilligers. Maar die woning tussen Koenensluis en Bosbaansluis staat er nog steeds. Samen met het gemaal het stenen bewijs dat delen van het Bos toch echt ouder zijn dan de officiële 85 jaar.

Eerbetoon
In oude verhalen van o.a. Jac. P. Thijsse kom je de Koenenmolen nog tegen. Dan gaat het over wandelingen rond de Nieuwe Meer of vaartochtjes over het Karnemelkse Gat. De in 1933 opgerichte watersportvereniging De Koenen heeft de molen in haar logo zitten, ook al was de molen bij de oprichting al verdwenen. Er zijn nog schilderijtjes, foto’s en tekeningen van de molen. En met dit blogje wil ik natuurlijk ook die iconische molen een beetje uit de vergetelheid houden. Maar het voelt allemaal wat magertjes. Op de archeologische kaart van Amstelveen staat de molen zelfs bij de verkeerde sluis, de Bosbaansluis, ingetekend. Zou het niet mooi zijn, denk je dan, om in de buurt van de historische plaats de herinnering op een of andere wijze tastbaarder vast te leggen?

Verkleurende naaldbomen van drie continenten
28 november 2019 om 09:26
Gastblog Amsterdamse Bos
Foto: Moerascipressen langs de waterkant Amsterdamse Bos 17-11-2019, Wouter van der Wulp.

In de herfst is het genieten in het Bos. Op heel veel plekken de prachtige najaarskleuren van de beuken. En als straks alle blaadjes zijn gevallen, vallen al die groene naaldbomen weer extra op. Maar niet alle naaldbomen blijven groen.  In het Bos staan drie soorten naaldbomen die ook hun blaadjes laten vallen in de herfst. Nu kun je hun naalden zien verkleuren. Op het pareltje van het Bos, het Vogeleiland, vinden we de Europese lork of lariks. Die wordt nu geel.

Op andere plaatsen in het Bos, zoals bij de paardenwaadplaats, staan de Chinese watercipressen er nu lichtbruin bij. Zelf vind ik die mooier als de naalden eraf zijn. Dan zijn ze toch niet helemaal kaal, maar hangen overladen met strengen vol mannelijke bloemknoppen.

Veel warmer bruin kleurt de Amerikaanse moerascipres, die je ook in het zuidelijk deel van het Bos kunt vinden. In het Bos vind je ‘m vooral aan de waterkant.  Hoe natter hij staat hoe meer luchtwortels de moerascipres vormt.  Daardoor kan 'ie zelfs in ondiep water groeien.

Drie mooie boomsoorten, allemaal uit een ander werelddeel.  Nu te zien in herfstdracht..

Bedreigde boomsoorten in het Amsterdamse Bos
18 oktober 2019 om 09:20
Gastblog Amsterdamse Bos
Aan de overkant van de Kleine Vijver zie je Servische sparren en Oostenrijkse dennen (foto: Wouter van der Wulp).

In Europa komen groeien 454 verschillende wilde boomsoorten. Van die bomen komen 265 soorten enkel in Europa voor. Dat klinkt als nog best wat. Zeker als je weet dat tijdens de ijstijden in Europa veel meer bomen zijn uitgestorven dan in Noord-Amerika. Maar nu blijken van die 265 soorten er minstens 155 alsnog met uitsterven bedreigd. Bijna zestig procent. Dat klinkt toch best heftig.

Servische spar

Een van die bedreigde bomen is de Servische spar. Een ultra-slanke naaldboom, die bij ons vooral gekweekt wordt als kerstboom en dus zelden groot wordt. In het wild komt de Servische spar alleen voor in de bergen van Bosnië-Herzegovina en Servië. Zijn leefgebied daar wordt steeds kleiner en raakt ook steeds verder versnipperd door houtkap en bosbranden. Bovendien krijgt deze spar in zijn oorsprongsgebied last van de klimaatverandering. Dat las ik in het eind september uitgekomen rapport van de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN), die deze boom op de 'rode lijst' van te beschermen Europese boomsoorten heeft geplaatst.

En dan besef je weer wat een bijzonder bos dat Amsterdamse Bos toch is. Want bij de Kleine Vijver staat een heel bos van die bedreigde Servische sparren het hele jaar door mooi te wezen. Vanzelfsprekend zal de nieuwe bomenroute van het Bos ook hier langs gaan.

Arve of Alpenden

In oude beschrijvingen van het Amsterdamse Bos wordt vaak gerept over de arve of alpenden die bij de aanleg is aangeplant. Terwijl we vroeger leerden dat dennen in Nederland altijd twee naalden bij elkaar hebben, heeft die alpenden juist naalden in bosjes van vijf. Geen bedreigde naaldboom op Europese schaal, maar in het Amsterdamse Bos leken ze uitgestorven. Na flink zoeken, heb ik er enkele weken geleden toch nog twee gevonden vlakbij die Servische sparren. En afgelopen week nog eentje bij de Arena. Die waarschijnlijk laatste drie exemplaren in het Amsterdamse Bos worden intussen flink overvleugeld door de er omheen staande eiken. Als er geen nieuwe aangeplant worden op een betere plek, dan zal de alpenden uiteindelijk toch verdwijnen uit ons Bos.

Levend fossiel

In het Amsterdamse Bos staan ook bomen waarvan men dacht dat ze al heel lang uitgestorven waren. Namelijk watercipressen. Ooit algemeen op het Noordelijk halfrond, kende men die enkel als fossiel. Totdat er in 1943 in een verlaten vallei in China levende watercipressen werden teruggevonden. Nu staan ze ook in Nederland op veel plaatsen als laanboom of alleenstaande parkboom. Maar uniek weer van het Amsterdamse Bos, daar staan ze in bosverband. Onder andere bij de paardenwaadplaats. Maar let op, ze zijn anders dan de meeste naaldbomen. Net als de Amerikaanse moerascipres en de lariks laten ze ’s winters hun naalden vallen. Dus wil je ze dit jaar nog groen zien, dan moet je je haasten. Ben je later, dan zie je dat ze in de winter toch niet helemaal kaal zijn. Ze hangen dan vol met strengen mannelijke bloemknoppen, die ze een prachtig silhouet geven.

Lyrisch over linden
30 september 2019 om 08:22
Gastblog Amsterdamse Bos
Burgemeesterslinden, 21 september 2019, foto: Wouter van der Wulp.

Ooit stond Nederland vol met lindebossen. Tegenwoordig behoort de wilde inheemse linde tot de grote zeldzaamheden. Zo begon de grote lindekenner Bert Maes zijn artikel over de ontdekking in 2008 van een groot en uniek lindebos in de omgeving van Maastricht. Extra mooi die ontdekking omdat net het jaar daarvoor vijf boswetenschappers een warm pleidooi gehouden hadden voor de terugkeer in Nederland naar het lindewoud.

Wij boffen, want het Amsterdamse Bos heeft vele prachtige lindelanen. De beroemdste is wel de Galoppeerbaan gelegen tussen de Boswinkel en de Grote Vijver. Deze royale lindelaan is geïnspireerd door de Rotten Row in Hide Park, in 1690 aangelegd door onze stadhouder-koning Willem III als veilige route tussen zijn twee paleizen in Londen.

Amerikaans lindewoud
En lang voor de roep om de terugkeer naar het lindewoud, zijn in het Amsterdamse Bos al stukken lindebos aangelegd. Het meest opvallende is het bos van Amerikaanse linden ten noordoosten van het Land van Bosse, het grote evenemententerrein van het Bos. In dit deel zijn kort na de oorlog speciaal Noord-Amerikaanse boomsoorten aangeplant, zoals bijvoorbeeld ook de bijzondere grijze walnoot. Amerikaanse linden worden in Nederland wel als laanboom aangeplant, maar in bosverband ken ik ze nergens anders. Elders in het Amsterdamse Bos vind je nog twee stukken bos met Europese lindensoorten. Eentje met lindes van ondertussen zo’n 75 jaar oud. En een perceel in het zuiden dat waarschijnlijk aangeplant is bij het 50-jarig bestaan van het bos in 1984. Toen zijn op de boomplantdag de laatste stukken van het oude bos beplant door heel veel kinderen.

De burgemeesterslinden
Zeker is het dat er op dezelfde dag ook drie losstaande winterlindes geplant zijn door hoogwaardigheidsbekleders. Een voor elke gemeente waarin het Bos ligt. Ze staan bekend als de burgemeesterslindes. Rond lindes bestaan allerlei legendes en verhalen, en die moeten we blijven koesteren. Dus niet verder vertellen dat het eigenlijk de wethouders uit Amstelveen en Aalsmeer waren die deze lindes geplant hebben samen met de directeur van Openbare Werken van Amsterdam. Met het planten van deze laatste bomen was de grote boomplant van het Bos in principe gebeurd. Maar helemaal af is het Bos nooit en verrassingen blijven niet uit. Vijftien jaar later begon de aanleg van het Schinkelbos. En ook nu worden er nog regelmatig wat bomen geplant in het bos.

De gewimperde linde
In het Amsterdamse Bos staan veel verschillende soorten linden. Ze zijn niet allemaal even makkelijk uit elkaar te houden zijn. Wel bloeien ze op verschillende tijden wat gunstig is voor de insecten die het tegenwoordig moeilijk hebben. En bovendien leuk voor de bezoekers van het Bos die op vele momenten het licht bedwelmende parfum van de lindebloesem kunnen ruiken.

Vorig jaar is de collectie linden in het Bos uitgebreid met een makkelijk herkenbare linde: de gewimperde linde. Deze heeft lange wimpers aan haar bladeren en bloeit in augustus/september als alle andere lindes zijn uitgebloeid. Bovendien loopt deze linde in het voorjaar uit met rode bladeren, die pas later groen worden. Benieuwd waar die staat? Dat wordt binnenkort onthuld bij het verschijnen van de nieuwe bomenroute van het Bos. Daarin staat de precieze plek aangegeven en nog veel meer bomenverhalen. Ik hoop dat die net zo’n succes zal blijken als die magische linden in het Amterdamse Bos zijn.

Gehakkelde aurelia’s en zwammen met tepels
22 augustus 2019 om 11:44
Gastblog Amsterdamse Bos
Gehakkelde aurelia op Kleine kaardebol, foto: Wouter van der Wulp, 16-08-19.

Bijzondere namen geven voor mij vaak extra glans aan de natuur. Ze geven zo’n plant, zwam, of dier vaak een magische aantrekkingskracht. De klanken blijven tussen je oren echoën en een onverklaarbaar groot verlangen overmeestert je. Die wil ik zien. Die moet ik zien.

Fladderiep roept dat bij mij op. Fantastisch om er laatst nog twee grote oude te vinden in het Bos. Maar de steeliep daarentegen kan me gestolen worden. Toch zijn fladderiep en steeliep namen voor precies dezelfde boom.

Vorige week zag ik vlinders in het Bos die me alleen al vanwege hun naam blij maakten: gehakkelde aurelia’s. De gehakkelde aurelia heet zo omdat 'ie grof gekartelde vleugels heeft. Maar als hij nou grof gekartelde aurelia genoemd was, was hij dan nog steeds mooi en fascinerend? Vast wel, maar toch. Het kan nog erger. In de meeste talen is de vlinder namelijk vernoemd naar de witte C of komma op de onderkant van de achtervleugels.  Je wilt er toch niet aan denken dat wij zo’n schoonheid net als de Engelsen komma zouden noemen.

Zwammen met tepels

Ik zeg het vaker, maar het blijft waar. Het Bos verrast mij telkens weer. Vorige week zag ik er niet alleen die gehakkelde aurelia’s, maar ook paddenstoelen met tepels. Doordat er veel dood hout in het Bos mag blijven liggen, vind je ook veel paddenstoelen. Eentje daarvan is de platte tonderzwam. En dat is net de enige paddenstoel die tepels kan krijgen. Daarvoor heeft hij wel 'hulp' nodig van een speciale breedvoetvlieg. Deze vlieg legt haar eieren aan de onderkant van de paddenstoel, die daardoor tepelgallen vormt. Daarin leven de larven totdat ze groot genoeg zijn. Dan kruipen ze uit de opening van de tepel om zich in de grond te verpoppen. Het volgende jaar komt daar weer een vlieg uit, de tonderzwambreedvoetvlieg of tepelgalvlieg. In dit geval vind ik beide namen wel wat hebben. Alleen jammer dat tonderzwambreedvoetvlieg niet op het scrabblebord past.

Sint Jan, de zon en de koelte van het bos
19 juli 2019 om 08:52
Gastblog Amsterdamse Bos
Sint-janslot eik Amsterdamse Bos - 29-6-2019, foto: Wouter van der Wulp.

Zomertijd, vakantietijd, kortom heel veel tijd om naar het Bos te gaan. En zo’n eikenprocessierups houd mij dan niet tegen. Maar ik merkte wel dat ik de laatste tijd nog meer dan anders naar de bomen ging kijken. Staan er hier soms eiken? Zitten er nesten in, waar ik bij weg moet blijven? En juist daardoor doe je weer leuke nieuwe ontdekkingen. Heel veel eiken bleken niet alleen groene, maar ook rode blaadjes te hebben. Was me nooit eerder opgevallen.

Gelukkig bleken het geen verdroogde blaadjes te zijn. Het waren Sint-jansloten. Gloednieuwe loten aan de boom, die genoemd zijn naar Johannes de Doper omdat hij zijn Sint Jansfeest heeft op 24 juni. Rond de langste dag van het jaar krijgen veel bomen voor de tweede keer nieuwe twijgen en blaadjes. Die rode kleur verdwijnt trouwens weer, en dan zijn alle eikenblaadjes weer groen.
Over rode kleur gesproken. Rond Sint Jansdag vliegt er ook een mooie zwart-rode vlinder door het bos. Één keer raden hoe die heet. Precies, Sint-jansvlinder.

We gaan in juli een tweede warme periode in. Voor wie met de kinderen verkoeling zoekt bij het Klein Kinderbad, kijk dan eens hoe de zilverlinden daar met de hitte omgaan. Aan de onderkant van hun blaadjes hebben ze allemaal kleine haartjes. Daar blijft waterdamp tussen hangen en zo drogen de blaadjes minder snel uit. Bij wind zie je steeds die zilverkleurige onderkanten oplichten. Maar bij het warme windstille weer rond Sint Jan viel me opeens op dat bij deze lindebomen heel veel blaadjes ondersteboven zaten. Wat bleek: in de schaduw zit de kale groene bovenkant boven, en in de zon draaien de blaadjes hun onderkant naar boven. Dat scheelt een hoop verdamping en zo kan de zilverlinde beter tegen een droge periode.

Mocht je als je dit leest, zitten te puffen van de warmte, weet dan dat het in het Bos vele graden koeler is dan in de stad. Onze Schotse Hooglanders genieten daar reuze van. Met warm weer gaan ze lekker in de schaduw van de bomen liggen.

Te gekke stekeligheden in het Bos
12 juni 2019 om 15:22
Gastblog Amsterdamse Bos
Meeldraadgallen moseik, foto 9-6-2019, Wouter van der Wulp.

Ik zei het vorige maand al: wie blijft kijken, ontdekt steeds weer nieuwe dingen in het bos. Zo zag ik opeens een hele hoge tamme kastanje precies naast brug 528 (de zwart-witte brug tussen de Ringvaart en Groot Kinderbad). Was me nooit opgevallen. Hij groeit weliswaar tussen al die bomen in het Bos heel anders dan als losstaande boom, maar stekelige kastanjebolsters op de grond zouden me toch opgevallen moeten zijn. En als je de bladeren met die stekelige rand eenmaal ziet, dan snap je niet dat je het niet eerder zag.

Egels en eiken
Over stekeligheden gesproken, wist u al dat 2019 het jaar van de egel is? Egels zijn nachtdieren, dus je ziet ze in het Bos niet zo vaak. Zeker niet met al die honden die los lopen. Maar in de schemering heb ik ze wel gezien.
In het Amsterdamse Bos staan naast de gewone zomereik nog verschillende andere eikenbomen. Vlakbij Klein Kinderbad staan enkele zogeheten moseiken. Het napje waarin de eikels groeien is bij onze inheemse eiken ruw maar bij de moseik groeien er vrij lange, zachte stekels op. Met wat fantasie kun je zeggen dat het er mossig uitziet. Ook al zijn het maar een boom of vijf, die moseiken zijn best belangrijk voor ecosysteem van het Bos. Eentje huisvest een kolonie rosse vleermuizen, een wettelijk beschermde soort. Een andere is favoriet bij galwespen. Vorig najaar zaten de bladeren helemaal onder galletjes, dit Pinsterweekend leek 'ie vol te hangen met trosjes bessen. En hoewel het ondertussen bessentijd is, bessen in een eik, dat klopt natuurlijk niet. Het waren meeldraadgalletjes. In ieder besje zit of zat een larve van de egelgalwesp.

Moeilijkdoenerij
Egelgalwesp, een op het eerste gezicht totaal onbegrijpelijk naam, want die wesp lijkt in niets op een egel. En die galletjes ook niet. Toch is die naam best toepasselijk. Die galwespen doen namelijk reuze moeilijk. Iets versimpeld kun je zeggen dat ze een voorjaars- en een najaarsgeneratie hebben. De voorjaarsgeneratie groeit op in de meeldraadgalletjes aan de moseik. Maar de wespen die uit de moseikgalletjes komen hebben een andere eik nodig om hun eieren op te leggen. In het Amsterdamse Bos doen ze dat op de jonge eikels van de zomereiken. De gallen die dan ontstaan moeten er als kleine egeltjes uitzien, eerst rood en later groen. In deze egelgallen overwintert de wesp, om dan in het voorjaar weer eitjes te leggen op de meeldraden van de moseik. Ik zei al, ze doen reuze moeilijk. En dan heeft 'ie in ons Bos ook nog een broertje – de knoppergalwesp - die op vergelijkbare wijze wisselt tussen moseik en zomereik. Zonder moseik dus geen egelgallen en geen knoppergallen in het bos.

Invasie van de Tamme-kastanjegalwesp
Nu we het toch over galwespen hebben. In Europa waren tamme kastanjes altijd galvrij. Maar sinds 2002 is de Chinese kastanjegalwesp binnengetrokken. En geen quarantainemaatregel heeft z’n verdere opmars kunnen stoppen. In 2015 was hij ook in de grensregio’s van Nederland opgedoken. Vorig jaar is er een nieuwe tamme kastanje aangeplant op het Vogeleiland. Toen zijn me daar geen gallen opgevallen. Maar dit Pinsterweekend zag ik ‘m onder de gallen zitten. Dat zou nogal schadelijk zijn voor de productie van kastanjes. Nou is dat in het Bos niet zo erg. Wel is te hopen dat de bomen er verder niet teveel onder lijden. Vergeleken met de essentaksterfte praten we over niks, maar het zijn leuke bomen en goede nectar- en stuifmeelleveranciers voor bijen. Naast de zes oude bomen, zijn er de laatste jaren juist een twintigtal nieuwe tamme kastanjes aangeplant.

Egelregen
Bij de eiken merk je niet dat ze last van de galletjes hebben. Dus die kan ik onbeschaamd leuk vinden. Van de zomer ga ik op rode egeltjesjacht. En deze herfst reken ik erop dat het niet alleen weer eikels in het Bos gaat regenen, maar ook groene egeltjes. Confetti om het jaar van de egel te vieren.

Kastanjezondag met meidoornpaddenstoelen in het Bos
7 mei 2019 om 11:11
Gastblog Amsterdamse Bos
'Meidoornpaddenstoelen', foto: Wouter van der Wulp.

In 1935 gingen de ontwerpers van het Amsterdamse Bos op studiereis. Ze bezochten onder andere Bushy Park in Londen. Het opvallendste van dat park was en is nog steeds de monumentale laan met paardenkastanjes, ondertussen 320 jaar oud. Al sinds de 19e eeuw trekt die laan tijdens de bloei duizenden bezoekers, vooral op Chestnut Sunday. Dan zijn er parades en festiviteiten ter ere van de kastanjebloesem. Dit jaar op zondag 12 mei.

Kastanjezondag
Onze ontwerpers vonden Chestnut Avenue in Bushy Park overigens te wijd, en ze waren er ook niet in de bloeitijd. Maar als je in het Bos rondkijkt, zou je toch denken dat die kastanjes ze geïnspireerd hebben. Ook in het Amsterdamse Bos bloeien de paardenkastanjes weer uitbundig. Vooral rond de Arena, langs de Bleekerskade, en bij de Geitenboerderij. Kortom, maak komende zondag een beetje kastanjezondag in het Amsterdamse Bos. En bezoek dan ook onze Oude Dame, waarover ik een jaar geleden al schreef. Deze bijzondere paardenkastanje vind je bij de Grote Speelweide en stond daar al voor de aanleg van het Bos.

Meidoornpaddenstoelen
Het is mei, en dan bloeit in heel het Bos de meidoorn. De meeste zijn intussen metershoog en van top tot teen bedekt met witte bloemetjes. De meeste, maar niet allemaal viel me opeens op. Sommige meidoorns zien er momenteel uit als witte paddenstoelen met een groene steel. En dat is in het zuidelijk deel van het Bos bij de Hooglanders. Meidoorns staan er om bekend dat ze door de dichte structuur met doorns een uitstekende natuurlijk afscheiding of haag kunnen vormen. Een ideale broedplaats ook voor vogels. Maar de vervaarlijke doorns blijken de Hooglanders helemaal niet te weerhouden van een lekker hapje meidoorn. Nu ze bloeien valt dat opeens reuze op. De witte meidoornhoed begint precies waar de Hooglanders niet meer bij kunnen. Dat maakt het Bos zo leuk voor mij, ik ontdek er elke keer weer nieuwe dingen.

De geheimen van het Bos: over verborgen schatten en een oranjetip voor Koningsdag
23 april 2019 om 10:43
Gastblog Amsterdamse Bos
Hoofdingang schuilkelder personeel Amsterdamse Bos - Jan Heeren en Erwin van de Laan duiken in het geheim.

Een echt bos heeft geheimen. Soms geheimen die verder teruggaan dan het bos zelf. Maar in het 85-jarig bestaan van het Amsterdamse Bos zijn er ook allerlei geheimen toegevoegd. Veelal publieke geheimen en vaak ook verborgen schatten die nooit bedoeld waren om geheim te zijn. Soms zelfs integendeel. Elke keer als ik er op eentje stuit, krijgt het Bos weer extra glans voor me. Laat ik er een paar verklappen.

Steen
Zo ontdekte ik een paar jaar geleden verschillende herdenkingsstenen op het gemaal aan de Koenenkade. Een daarvan was daar met veel trots in 1938 geplaatst om het 300-jarig bestaan van de Koenensluis te vieren. Door het hek om het gemaal was die steen al jarenlang slecht zichtbaar, en nu is hij tijdelijk echt verborgen geraakt achter de defosfateringsinstallatie van waterschap Rijnland. Wel een mooi geheimpje, maar spannend is het vooral of het met die installatie gaat lukken om de blauwalgproblemen van de Amstelveense Poel te verhelpen.

Bunker
Geheimzinnig is ook de nog niet toegankelijke schuilkelder uit de Koude Oorlogperiode toen een atoomaanval werd gevreesd. In 1966 is voor het personeel deze ondergrondse bunker in het Bos gebouwd. Een klein tweekamerappartementje, dat je via een luik, een trap en een douche kon bereiken. Dat laatste om eerst het radio-actieve stof af te spoelen. Je moet er toch niet aan denken dat je daar met enkele tientallen collega’s voor weken of maanden opgesloten zou zitten. Zeker ook omdat ik er naast de douche geen toilet kon vinden. Een dingetje dat opgelost moet worden voordat de bunker een nieuwe spannende functie kan krijgen.

Boom
Wat in de vergetelheid is geraakt, is het plan om bij de aanleg van het Bos vanuit alle gematigde streken van de wereld bosgemeenschappen aan te planten. Maar dat is wel deels uitgevoerd. Aan dat plan heeft het Bos een bijzondere walnoot te danken, de Amerikaanse grijze walnoot. Een echt kroonjuweel voor het Bos. Hij bloeit nu, en over twee maanden hangen er notentrossen in de boom.

Eiland
Het Vogeleiland in het Amsterdamse Bos heb ik afgelopen september al bezongen (Nieuwe bomen op het Vogeleiland). De fantastische sfeer daar profiteert er natuurlijk van als we het plekje een beetje geheim houden, maar gun je iedereen.

Nieuwe Wildernis
De Schinkelpolder is bij de aanleg van het Amsterdamse Bos in tweeën gedeeld. Het noordelijke deel van de polder werd het zuidelijke deel van het Amsterdamse Bos (het deel tussen de A9 en de N231, de Bosrandweg). In 1999 is nog een stukje van de Schinkelpolder bij het Amsterdamse Bos gekomen. Dat noemen we nu het Schinkelbos. Veel bezoekers van het Bos lijken niet te beseffen dat hiermee een uniek stukje nieuwe wildernis naast de deur ligt. Ruig en rustig, maar vooral ook een lust voor het oor. Als je even stil blijft staan of op een bankje gaat zitten, hoor je van alles. Ik kwam er met Pasen voor de blauwborsten, maar die hielden waarschijnlijk net siësta. En net als wanneer je naar paaseieren zoekt je juist allerlei andere zaken vindt, hoorde en zag ik heel veel leuks dat ik anders gemist zou hebben.

Om nog een geheim te verklappen, ik ben helemaal geen (vogel-)geluidsexpert en dat geeft niks. Ook voor de amateur is er veel te horen en te herkennen. Zoals de koekkoek, en de kikkers. Ook het geluid van de fazant is niet te moeilijk. En als je een kijkertje meeneemt, zie je flink wat zingende vogels gewoon herkenbaar in de boom zitten, zoals fitis, roodborsttapuit en groenling. Mooi, maar echt fantastisch vind ik de baltsroep van de dodaars, wel omschreven als een gezellig hinnikende triller. Ik kreeg er geen genoeg van, en zij gelukkig ook niet.

Oranjetipje
Zo genietend van de dodaars fladderde er een oranjetipje langs, een prachtig vlindertje. Ik geef de tip snel door: Geen zin in de drukke stad op Koningsdag, kom dan naar het Schinkelbos. Daar kom je helemaal van bij.

Geluk en rokende bomen in het Amsterdamse Bos
7 maart 2019 om 11:18
Gastblog Amsterdamse Bos
Rokende mannelijke venijnboom (taxus) 28-02-2019 met op de voorgrond een niet-rokende vrouwelijke venijnboom, foto: Wouter van der Wulp.

Honderd bruggen zouden er komen in het Bos. Het werden er uiteindelijk wel 116. En 78 daarvan zijn ontworpen door onze Amsterdamse Schoolarchitect Piet Kramer. Daarvan zijn er een paar jaar geleden 53 tot monument verklaard door de gemeente Amstelveen.

Het is natuurlijk niet zo gegaan, maar alleen al voor die bijzondere bruggen zou je zo’n bos aan willen leggen. Fraaie kunstwerken in het groen is toch de ideale combinatie om jezelf te herscheppen, je hoofd leeg te krijgen en tegelijkertijd je gedachten op een hoger plan. Zodat je weer vol energie en ideeën het gewone bestaan tegemoet kan gaan.

Friso Kramer
Die mijmeringen overvielen me vorige maand bij het bericht dat Friso Kramer overleden was. Friso Kramer was de zoon van onze bruggenbouwer. Minstens een even groot vakman, zo niet groter dan zijn vader. Het Stedelijk Museum noemde hem in een eigen rouwadvertentie een van de belangrijkste industrieel ontwerpers van Nederland. Friso’s straatlantaarn uit 1960 verlicht nog altijd velen de weg. En hele generaties scholieren hebben op zijn beroemdste ontwerp gezeten, de Revoltstoel uit 1953. En dan hebben we het nog niet over zijn groene buitenbrievenbus gehad.  Zijn stijl en uitgangspunten verschillen duidelijk van die van zijn vader.

Ontworpen geluk
Waar bij de Amsterdamse School het schenken van schoonheidsgeluk aan de medemensch wel eens kon leiden tot inleveren op gerieflijkheid, was dat bij Friso Kramer ondenkbaar. Vorm moet functie volgen, de gebruiker staat centraal. De ontwerpen moeten zo goed zijn en zo weinig afleidend dat je vergeet dat je weg verlicht wordt door een straatlantaarn of dat je op een stoel zit. Je moet niet merken dat die er is en gewoon gelukkig zijn. Als ontwerper – was zijn opvatting – moet je je ontzettend in bedwang houden om niet door te gaan met iets te maken waarvan je zegt 'wat leuk, wat is dat mooi'.

Groen decor
Het resultaat is voor Friso pas goed als je juist niet merkt hoeveel denkkracht en inspanning de ontwerpers erin gestopt hebben. Al die bezoekers van het Bos die gedachteloos hun ding doen binnen de groene ruimte, geven de ontwerpers van het Bos zo het grootste compliment dat mogelijk is. Je omgeving als fijn groen decor, dat je verder als het ware vergeet zodra je wandelt, zwemt, voetbalt, rent, paardrijdt, luiert in het gras, enz.

Nu hebben we allemaal onze beperkingen. Gedachteloos door het Bos fietsen, lukt mij meestal niet. Ik vind het leuk om te ontdekken hoe die ontwerpers juist schoonheid en functionaliteit gecombineerd hebben voor allerlei bezoekers met allerlei verschillende wensen. Vaak ook gaat mijn oog naar details, naar hoe de natuur binnen ontwerp en beheer toch steeds weer een eigen draai aan het leven geeft. Het mooie is dat het Bos ook daarvoor volop gelegenheid biedt.

Geluksplek
Mijn lievelingsplek in het Bos is het Vogeleiland dat zo prachtig wordt onderhouden door vrijwilligers en waar altijd wel weer iets bijzonders te ontdekken valt. Momenteel staan daar niet alleen de wilde narcissen in bloei, maar afgelopen week had ik er ook het geluk getuige te zijn van een rokende venijnboom. De venijnboom of taxus heeft mannetjesbomen en vrouwtjesbomen. Tweehuizig noemen we dat.

Van het bloeien van de vrouwtjesbomen merk je niets, maar van de mannetjes des te meer. Als na een mooie zonnige dag de wind gaat waaien, kunnen die in een keer zoveel stuifmeel loslaten dat het wel lijkt of ze in brand staan. De els – ook een windbestuiver - kan er overigens ook wat van. Dat merk je als je de katjes een tikje geeft. Een els is eenhuizig. Dat wil zeggen dat je aan dezelfde boom ook vrouwelijke bloemen vind. Die kent iedereen wel als ze veranderd zijn in een elzenpropje, maar kijk er nu eens goed naar. Geen kroonblaadjes om bijen te lokken, wel allemaal roze stampertjes buitenboord om het met de wind meegevoerde stuifmeel te vangen. Het zijn de kleine dingen die het doen.

Ondersteboven op Valentijnsdag
14 februari 2019 om 10:33
Gastblog Amsterdamse Bos
Ondersteboven vormt het sneeuwklokje een hartje, foto: Wouter van der Wulp.

Voor wie een groen hart heeft, is er op Valentijnsdag toch niets romantischer dan samen te wandelen tussen de sneeuwklokjeszeeën van het Amsterdamse Bos.  Zeker als ook de zon nog schijnt.  Van al die liefdesverklaringen van de bezoekers voor elkaar en voor het Bos zijn ieder jaar de hartjes van onze klokjes zichtbaar ondersteboven. Bewonder ze maar eens van dichtbij. Van welke kant je ook kijkt, zodra het klokje open is, zie je een hartje op z’n kop. En nergens in de verre omtrek vind je zoveel sneeuwklokjeshartjes als in het Amsterdamse Bos. Toen het Bos nog jong was, mocht een aantal tuinders tussen de bomen sneeuwklokjes kweken, hoorde ik van een van de oudere boswachters.

De lonkende lente
Met Valentijnsdag begint ook het grote voorjaarsbloemenfeest dat nog maanden aanhoudt. Voor sneeuwklokjes moet je nu in het Bos zijn. In maart moet je beslist komen voor de wilde narcissen op en rond het Vogeleiland. April is tulpenmaand in het Bos. En in mei ruikt het hele Bos naar de onvoorstelbare hoeveelheden daslook. En natuurlijk bloeien er in deze maanden nog veel meer voorjaarsboden. Zoals bijvoorbeeld wilde hyacinten, bosanemoontjes en sleutelbloemen.  Zie je sleutelbloemen of bosanemonen bij ons bloeien, ga dan ook even gluren bij onze buren, de Amstelveense heemparken. De anemoontjes en sleutelbloemen staan daar weer heel spectaculair.

Dromen
Valentijnsdag is natuurlijk ook een dag om te dromen. Over wilde hyacinten – de blauwe klokjes – droom ik sinds ik twee jaar geleden in het Hallerbos bij Brussel ben geweest. Daar kleurt eind april/begin mei het uitgestrekte beukenbos helemaal blauw, net rond het eerste uitlopen van de blaadjes aan de bomen. Een magische combinatie. Ook het Amsterdamse Bos heeft hele stukken beukenbos. Hoe fantastisch zou het zijn als die over vijf jaar bij het negentigjarig bestaan van het Bos...

Dit jaar ga ik eind april kijken in het Vliegenbos in Noord. Daar zijn afgelopen najaar door vrijwilligers 20.000 boshyacintenbollen geplant. Als die goed aanslaan zullen ze snel verwilderen. En dan loop ik daar vast weer te dromen. 
Jullie allemaal ook mooie dromen toegewenst en een liefdevolle Valentijnsdag. Laten we het blijven zeggen met bloemen in het Bos.

Hulp voor de mooiste vogels van het Bos
17 januari 2019 om 10:58
Gastblog Amsterdamse Bos
Samen een ijsvogelwand maken, foto: Wouter van der Wulp.

Het is alweer 2019, het jaar van de wulp. Met mijn naam is het onvermijdelijk dat  deze bedreigde vogel met zijn jodelende baltszang het speciaalste plekje in mijn hart bezet. En als zorgzame vader is de wulp natuurlijk ook een fantastisch rolmodel, dus ik laat hem daar rustig zitten. Maar in het Bos is het enkel een heel incidentele passant die in Polder Meerzicht een hapje komt eten. Dus zonder probleem kan ik een andere vogel bezingen als de gaafste vogel van ons Bos. Een vaste bewoner.

En dan heb ik het over die blauwe flitsen die met 50 km/uur voorbij scheren, de ijsvogels. Als je geluk hebt gaat deze on-Nederlands mooie vogel in je blikveld op een tak boven het water zitten, om even later met een snelle duik een visje te verschalken.

Holbewoners

IJsvogels zijn holbewoners, die leven langs kronkelende beken en rivieren. ’s Winters bij extra regenwaterafvoer ontstaan daar vanzelf steile oeverwanden. De plek waar ijsvogels dan hun nesthol graven. Ons Bos is zeer waterrijk. Het smalle en brede water is ontworpen om de suggestie van beken en rivieren te wekken. Alleen stroomt het water niet echt, en slaan er dus ook niet regelmatig oevers af. Wel vallen er bomen om, en soms kan de ijsvogel een nesthol maken in een wortelkluit. Maar al met al was er woningnood onder de ijsvogels in het Bos.

IJsvogelwanden maken

Sinds 2013 helpt de Bosorganisatie ze daarom samen met een tiental vrijwilligers. Een keer per jaar worden er woningen bijgestoken en voorgeboord. Vervolgens worden de holen een paar keer nagelopen om te kijken hoeveel er daadwerkelijk door een ijsvogelgezin bewoond worden. De laatste jaren waren dat er een stuk of tien. Een van de Bosmedewerkers maakte in 2015 een mooi filmpje in het Bos van ijsvogeljongen op “visles”.

Maar de strenge vorstperiode van voorjaar 2018 heeft er flink ingehakt. De heel koude wind en voedselgebrek is menig ijsvogel fataal geworden. Want ijsvogels eten vis, vis en nog eens vis. En vang maar eens vis, als er ijs ligt. Toch waren er dit jaar nog vier broedparen in het bos, die elk twee, drie legsels hebben gehad van vijf à zes eieren per keer. Als het ijs de komende weken wegblijft, zullen er weer veel meer ijsvogels broeden in het Bos. Een goede kans dat je er eentje bij het water ziet.

Zelf meedoen?

Wil je eind februari meedoen op de gezellige ijsvogelwerkdag en/of later in het jaar een paar keer het gebruik van een aantal ijsvogelwandjes controleren? Stuur dan een mailtje naar boswinkel@amsterdam.nl. Je hoeft geen ervaren vogelaar te zijn om mee te kunnen doen. Je krijgt alle informatie en begeleiding die nodig is.

Kerstbomen van formaat
18 december 2018 om 10:58
Gastblog Amsterdamse Bos
Servische sparren in de mist in het Amsterdamse Bos, foto: Wouter van der Wulp.

Tegen de kerst ga je toch altijd weer met wat meer belangstelling kijken naar de naaldbomen. En ze vallen nu ook extra op omdat de meeste andere bomen kaal zijn. In het Amsterdamse Bos staat een flink aantal verschillende soorten. Te veel om allemaal op te noemen.

De bekendste staan langs de rodelbaan vanaf de Heuvel. Vooral fijnsparren zijn het, de traditionele kerstbomen. En een aantal Oostenrijkse dennen. Sneeuw erbij, nog wat skiërs en sleetjes en het Alpenplaatje is compleet.

Elders in het Bos staan al flink uit de kluiten gewassen zilversparren. Als je goed kijkt zie je er een blauwe stip op staan. Ze zijn gemerkt als toekomstbomen die we willen houden en zo nodig extra ruimte geven. Bijzonder is dat er al kleine zilversparretjes onder groeien.

Op veel plaatsen in het Bos vinden we de taxus, vaak onder grotere bomen. De taxus kan namelijk heel goed tegen schaduw. Maar ook de haag van het Dachaumonument bestaat uit taxus. In tegenstelling tot de meeste naaldbomen heeft de taxus geen kegels maar bessen. Vanwege zijn giftigheid heet de taxus in het Nederlands ook wel 'venijnboom'.

In het Balkangebied van het Bos naast de Kleine Vijver staan de hele smalle Servische sparren.

En dan staan er in het Bos ook nog twee Amerikaanse soorten, die in de 19e eeuw naar Europa zijn gehaald voor de houtproductie. De sitkaspar en de douglasspar. Die behoren met 80, 90 meter tot de grootste bomen in de wereld. In Europa blijven ze wel wat kleiner, maar halen ze toch nog zo’n 50 meter.

Mocht je zelf willen ervaren hoe hoog dat is, dan raad ik aan om een keertje de 40 meter hoge bostoren te beklimmen van Landgoed Schovenhorst bij Putten. De bomen daar zijn al ouder en sommige winnen het ondertussen in lengte van de toren: https://schovenhorst.nl/bostoren/.

Iedereen een mooie kerst toegewenst, hier in het Bos of tijdelijk even elders.

Herfstkleuren in het Bos
9 november 2018 om 10:48
Gastblog Amsterdamse Bos
Japanse Kazankerselaar in herfstkleur met groene boskriektak, foto: Wouter van der Wulp.

Het Bos is deze maanden prachtig. Zeker als het zonnetje de najaarskleuren feller doet oplichten. Kom het zelf zien. Steeds weer andere bomen komen in herfsttooi. De zwarte walnoten en valse christusdoorns hebben weliswaar hun gele herfstblaadjes al laten vallen, maar ondertussen kleuren de beuken schitterend bruinoranje. En let ook eens op de nieuwe aanplant in het Amsterdamse Bos. Daar zitten een aantal kleine moeraseiken bij en die kleuren nu felrood. Mis je toch het geel, loop dan door een van de lindenlanen.

In het voorjaar schreef ik over de oude Japanse sierkers die schuin tegenover het Klein Kinderbad staat. Niet alleen bloeit deze Japanse Kanzan-kerselaar uitbundig roze, ook zijn lichtoranje herfstkleuren zijn prachtig. In het voorjaar zag je aan de bloemen dat 'ie geënt was op een wilde boskriek. Uit de stam groeide van onder de ent een boskriektak met witte bloemen. En ook nu weer kun je de boskriektak makkelijk herkennen. Boven al het oranje uit, staat een nog groen boskriekvlaggetje fier omhoog. Zo zie je aan één boom dat niet alle bomen tegelijkertijd herfstkleuren krijgen.

Nieuwe buren
Vroeger had deze kerselaar aan iedere kant een buur. Die zijn helaas gesneuveld. In de komende winterrust worden er weer twee sierkersen bijgeplant. Dus over enkele jaren staat er opnieuw in het voorjaar een roze muur in het gazon.

Op zoek naar valse Christusdoorns
23 oktober 2018 om 10:01
Gastblog Amsterdamse Bos
Valse Christusdoorns in gebied hoofdentree Amsterdamse Bos.

In de herfst verkleuren niet alle bomen even snel. Waar je eerst allemaal tinten groen zag, vallen sommige soorten opeens op. De valse Christusdoorn bijvoorbeeld kleurde de afgelopen weken prachtig geel.

Deze uit Noord-Amerika afkomstige boomsoort kan heel grote doorns op zijn stam hebben. Maar die gemene doornen zijn niet de reden dat we ‘m valse Christusdoorn noemen. Hij heet in het Nederlands vals in de zin van onecht, omdat er ook een “echte” Christusdoorn bestaat. Een struikachtige boom uit Zuid-Europa en Klein-Azië, waarvan de doornenkroon van Christus destijds gemaakt zou zijn.

In Nederland vind je de valse Christusdoorn meestal als laanboom aangeplant. Zoals ook op de hoofdentree van het Bos. Vaak wordt dan een doornloze kweekvariant aangeplant. Eigenlijk dus een valse valse Christusdoorn. Bij de ingang van het beheerkantoor van het Amsterdamse Bos kun je een jonge valse Christusdoorn zien met doorns op de stam (grote parkeerplaats Geitenboerderij).

Het leuke is dat in het Amsterdamse Bos stukken bos zijn waar juist bomen uit andere gematigde streken in de wereld zijn aangeplant. Dus niet als alleenstaande boom, maar in bosverband. Eerst was daar zelfs een heel gedetailleerde verdeling van het bos voor bedacht, maar uiteindelijk is dat wat losser uitgevoerd. Toch zie je het zodra je het doorhebt. In het 'Columbia-district', ten noordwesten van de camping, staat bijvoorbeeld een aantal oudere valse Christusdoorns. Opgegroeid in bosverband, en daarom met een lange takloze stam en de bladeren in top.

De valse Christusdoorn is een pionierssoort die snel groeit, en het daarom lukt om toch genoeg licht te blijven krijgen. Wel vangen hoge bomen veel wind. En dan waaien de blaadjes er eerder af. Kijk daar maar eens omhoog. Omdat ze eerder 'herfsten' dan de omringende bomen, zie je gaten in het bladerdak. Hoog in de boom hangen dan soms nog lange peulen. In de peulen zitten zoete zaden die wel door muizen en eekhoorns worden gegeten. Kijk ook even bij je voeten, want vroeger of later vallen de peulen naar beneden.

Nieuwe bomen op het Vogeleiland
24 september 2018 om 10:04
Gastblog Amsterdamse Bos
Kardinaalsmuts op Vogeleiland, foto: Wouter van der Wulp.

In het Bos zijn veel mooie plekken met elk hun eigen sfeer. Eentje vind ik extra bijzonder en dat is het Vogeleiland. Ooit begonnen als afgesloten vogelbroedgebied voor kluten en andere steltlopers, is het nu een toegankelijke natuurtuin met verschillende minilandschapjes vlak bij elkaar. Het hele jaar door een bezoek waard dankzij de inzet van de vele vrijwilligers bij het beheer. Je komt er helemaal tot rust.  Desondanks ontkomt ook het Vogeleiland niet aan invloeden van buiten.

Afgelopen winter heeft de storm verschillende bomen omvergeblazen. Dit jaar is er daarom een aantal bijzondere bomen bijgeplant. Zoals een kweepeer en een witte moerbeiboom.  Oude fruitrassen met een lange geschiedenis, net als de mispels die er al stonden. En handig, op het Vogeleiland staan naambordjes bij veel planten en bomen.

Voor wie nieuwsgierig is geworden: momenteel staan de kardinaalsmutsen uitbundig te spetteren, binnenkort kun je hier de fantastische herfstkleuren van de tulpenboom zien. En voor het junglegevoel zijn het hele jaar door de polsdikke lianen van de bosrank te bewonderen. In het Engels noemen ze bosrank ook wel 'old man’s beard'. Dankzij de pluizige vruchten van de bosrank kunnen bomen in de winter namelijk een heerlijk warrige oudemannenbaard hebben.

Bijzondere beuken in het Amsterdamse Bos
15 augustus 2018 om 13:20
Gastblog Amsterdamse Bos
Treurbeuk Sportpark, foto: Wouter van der Wulp.

Ik heb ze niet geteld, maar één op de zes bomen in het Amsterdamse Bos zou best wel eens een beuk kunnen zijn. De meeste daarvan staan gewoon in een bosvak en vallen niet speciaal op. Wie gaat zoeken, ziet de gladde stammen daar als zuilen tussen de andere bomen staan. Dat levert bij dunningen prima hout op, dat in het Bos weer gebruikt kan worden. Bijvoorbeeld voor vernieuwing van beschoeiingen.

Statige bomen
Sommige beuken in het Bos vallen juist wel op. De karaktervolle beuken langs de laan ten westen van het Bloesempark, geven daar het Bos de statigheid van een oud landgoed. En onze rode beuken hebben zelfs hun eigen fotothema bij de Vrienden van het Amsterdamse Bos. De opvallendste rode staan rond de Grote Speelweide. Rode beuken werden ook wel notarisbomen genoemd. Ze waren lange tijd zeldzaam en werden in particuliere tuinen als statussymbool geplant.

De aanleg van het Amsterdamse Bos markeerde in Amsterdam de omslag van wandelparken voor de elite, naar recreatiegroen voor iedereen. Het was vast niet alleen uit schoonheidsoverwegingen dat de ontwerpers zulke statusbomen in het gewone-mensen-bos lieten aanplanten. Net als het hele Bos gaf het uitdrukking aan een nieuwe tijd.

Hangende takken
De meest aparte beuk van het Bos kwam ik laatst tegen op het Sportpark. Het is een treurbeuk geplant in 1963. De lange slappe takken buigen naar beneden tot de grond, net als bij de bekendere treurwilg. Een treurbeuk heeft bovendien een kale takkentop. Treurwilgen worden vaak geplant om een bepaalde plek te accentueren. Bijvoorbeeld aan het einde van een zichtlijn. Ook op begraafplaatsen zie je vaak allerlei treurbomen. Naast treurbeuken bijvoorbeeld treuressen en treuriepen. Wat het idee achter de treurbeuk op het Sportpark is geweest, dat zie ik niet direct. Maar het is wel een mooi groot exemplaar. En het is dus niet van de warmte of de droogte dat hij zijn takken laat hangen.

Neppers
Naast echte beuken, staan er in het Bos ook nog 'namaakbeuken'. De haagbeuk en de hopbeuk. Allebei helemaal geen familie van de beuk. Ze heten enkel zo, omdat hun blaadjes lijken op die van de beuk. Haagbeuken vind je op veel plaatsen in het Amsterdamse Bos. En niet alleen als boom, maar ook als haag: van het doolhof bij de geitenboerderij. Dat is dus geen beukenhaag, maar een haagbeukenhaag.
Van de hopbeuken lijkt er indertijd slechts een klein aantal aangeplant in het gebied dat we de 'Balkan' noemen. Samen met andere bomen die ook van nature in de echte Balkan groeien, zoals de moseik, de okkernoot en de Servische spar. Maar dat is een heel ander verhaal. Daarover een andere keer meer.

NB Bij de weblog kan helaas maar één foto geplaatst worden. Kijk op onze facebookpagina voor méér foto's.

Geluk bij een ongeluk, honing uit het Bos
31 juli 2018 om 14:56
Gastblog Amsterdamse Bos
Bijen zijn dol op de honingboom. Foto: Wouter van der Wulp.

Essen zijn mooie bomen die goed passen in het Amsterdamse Bos. Tot enkele jaren geleden stond 'ie bekend als een boom met weinig tot geen ziekten en problemen. Het Amsterdamse Bomenboek uit 2007 beschrijft hem zelfs nog als taaie overlever die weinig of geen vijanden heeft. Zo’n 15 % van de bomen in het Bos waren essen. Maar in de natuur kan het snel gaan. Door de essentaksterfte hebben we afgelopen winter al afscheid moeten nemen van honderden essen. Pessimisten vrezen zelfs dat de es helemaal gaat verdwijnen uit Nederland. Want naast de essentaksterfte, komt ook de Aziatische essenprachtkever eraan. In Amerika heeft die kever een ware slachting onder de essen aangericht. En in Europa heeft hij Moskou al bereikt.

Een heilige boom komt te voorschijn

Maar een essenloos Nederland, zo ver is het nog lang niet. Er is nog hoop dat er uiteindelijk essen geselecteerd kunnen worden die wel bestand zijn tegen de essentaksterfte. Ik kies ervoor om optimistisch te zijn. En in de tussentijd heeft gelukkig elk nadeel ook een voordeel. Bij de aanleg van het Amsterdamse Bos zijn zo’n zestig verschillende soorten bomen geplant. Hieronder veel bomen uit Amerika en Zuid-Europa plus een aantal uit Azië. Door de noodzakelijk kap van essen in het Bos, komen opeens bomen te voorschijn die eerst verborgen bleven. Zoals de honingboom, een heilige Aziatische boom. Nu die bloeien vallen ze echt op. Tenminste als je omhoog kijkt. Want doordat ze binnenin een bosvak zijn opgegroeid, zitten er onder aan de stam geen takken meer.

Nectar

De honingboom komt oorspronkelijk uit China en Korea. Hij wordt ook wel pagodeboom genoemd omdat 'ie in Japan veel aangeplant is bij boeddhistische tempels. Vanuit Japan is hij naar Europa gekomen. De naam honingboom is heel toepasselijk, bijen zijn er dol op. Het is een geweldige nectarproducent met een lange bloeiperiode aan het eind van zomer. Van juli tot soms wel in oktober. Dus juist als de nectar elders schaars begint te worden. Zeker ook met de droogte zijn bomen extra belangrijk voor de bijen. Veel kruiden stoppen namelijk bij droogte met het aanmaken van nectar. Struiken en bomen kunnen langer bij het water en gaan door met nectar produceren. En de honingboom kan ook nog eens goed tegen droogte.

Batikken met bloemen

Op Java werden vroeger gedroogde honingboombloemen uit China geïmporteerd om stoffen te kleuren bij het batikken. Daar waren er heel veel van nodig. De kleine bloemetjes zitten in grote pluimen aan het eind van de takken. Ze vallen snel af, maar dan gaat er verderop gewoon weer een nieuwe bloemknop open. De Leidse biologe Rinny Kooi is ze gaan tellen. Aan één pluim telde ze meer dan duizend bloemen.

Honing uit het bos

In de Boswinkel kun je honing uit het Amsterdamse Bos kopen. Er staan niet zo veel honingbomen in het bos, maar wel andere bomen waar de bijen ook nectar en stuifmeel verzamelen. In het voorjaar bijvoorbeeld stuifmeel bij de wilgen en nectar bij de esdoorns, daarna bij de paardenkastanjes en de robinia’s (worden ook wel 'valse acacia’s' genoemd). Maar de meeste honing zal komen van de vele lindebomen in het bos. Doordat er meerdere soorten staan - van zomerlinde tot Amerikaanse linde – hebben die samen een lange rijke bloeiperiode van begin juni tot eind juli.

Waar vind je de honingbomen in het Bos

Het makkelijks te vinden zijn de honingbomen westelijk van het Klein Kinderbad tegenover de tulpenboom, in het bosje waar ruiterpad, fiets- en voetpad bij elkaar komen. Ze zullen een jaar of tachtig oud zijn. Vorig jaar kon ik er geen vruchten aan ontdekken. Honingboomvruchten zien er uit als een soort korte kralenketting. In de peul zitten de zaden namelijk ingesnoerd. Bij zo’n heilige boom zien mensen er dan al snel een gebedssnoer in.  Dit jaar hebben de bomen meer licht, ruimte èn warmte. Ik ga opletten of er nu  wel vruchten aan de bomen verschijnen.

Een boom vol tulpen
5 juni 2018 om 11:32
Gastblog Amsterdamse Bos
Foto: bloem in tulpenboom, Wouter van der Wulp.

In vergelijking met andere werelddelen heeft Noordwest-Europa relatief weinig verschillende soorten inheemse bomen. Tijdens de ijstijden zijn in Europa namelijk veel bomen uitgestorven. De Alpen en Pyreneeën verhinderden dat bomen naar het zuiden konden verhuizen als het te koud voor ze werd. Dezelfde bomen overleefden vaak wel in Amerika. Daar verspreidden ze zich gewoon meerdere malen van noord naar zuid en weer terug. Eén van die bomen had bloemen en bladeren die op tulpen lijken. De berichten in de 17e eeuw over de ontdekking daarvan, stuitten eerst op groot ongeloof. Bijzondere tulpen waren in die tijd immers dure beleggingsobjecten. Sommige tulpen waren zelfs hun gewicht in goud waard. Maar toen halverwege de 17e eeuw deze tulpenboom via Engeland heringevoerd was in Europa, kon niemand er meer omheen. De tulpenboom was geen verzinsel, de tulpenboom bestaat echt. En later ontdekte men dat zo’n zelfde boom miljoenen jaren eerder nog in Europa groeide.

De Jakoba Mulderboom
Zo’n tulpenboom is nu onze Jakoba Mulderboom. Een monumentale tulpenboom van een jaar of zeventig. Volgens overlevering is deze geplant ter ere van de hoofdontwerpster van het Amsterdamse Bos. Het zou haar lievelingsboom zijn. Van een afstandje valt het niet meteen op dat 'ie nu zo vol zit met bloemen. Hij bloeit namelijk pas na het verschijnen van de bladeren en staat ook nog iets verder van het pad af. Maar loop er deze week eens heen, en zie zelf hoe bloemen tegelijkertijd onopvallend en spetterend kunnen zijn. Luister even stil naar het ruisen van de bladeren en voel het geheim daarvan, het bladsteeltje. Net zo plat en draaibaar als van de ratelpopulier. Bekijk meteen de aparte vorm van de bladeren. Zo tekenden wij vroeger een tulp. Hoewel, Karina Wolkers ziet er door striptekenaars getekende kattekoppen in, en daar valt ook wat voor te zeggen.

Het grote gele doek
Zijn leven lang heeft haar man, de kunstenaar en schrijver Jan Wolkers, iets speciaals gehad met tulpenbomen. Vooral met de najaarskleuren. Als jonge man schreef hij er al over: 'In de herfst leek het bladerdak wel een sprankelende branding van een fijnzinnig raadselachtig cadmiumgeel.' Zijn Amsterdamse tulpenboom verhuisde hij zelfs mee naar Texel. De tulpenboom komt terug in gedichten van hem, meestal in verband met vergankelijkheid en afscheid. In het laatste halfjaar voor zijn dood probeerde hij die gele branding nog te vangen op een vierdelig doek van vier bij vier. Zijn laatste grote werk. Het is aangekocht door Museum De Lakenhal in Leiden.

Onthaast, maar stel niet uit
Natuur inspireert de kunstenaar, maar kunst inspireert mij juist weer om opnieuw naar die natuur te kijken. Vorig jaar was dat grote gele doek van Wolkers nogal in het nieuws vanwege een speciale tentoonstelling rond zijn tiende sterfdag. Daardoor ben ik nog eens goed naar die herfstkleuren gaan kijken en die zijn inderdaad indrukwekkend. Ik moest wel geduld hebben, want onze Jakoba Mulderboom heeft het zo naar haar zin in het Bos dat ze pas eind november in volle herfsttooi kwam. Sinds die tijd staat een bezoek aan De Lakenhal op mijn lijstje goede voornemens. Ik wil dat schilderij ook in het echt zien. Blijkt de Lakenhal wegens verbouwing tot volgend voorjaar dicht te zijn! Geduld schijnt een schone zaak te zijn. Maar 'stel geen leuke dingen uit tot morgen als je ze ook vandaag kunt doen',  voelt toch als een fijner motto. Dus kom vandaag nog naar het Bos, want nu bloeit de tulpenboom.

De locatie van de Jacoba Mulderboom: https://goo.gl/maps/UgTwwzhJk7p.

De locatie van de tulpenboom op Vogeleiland (bij benadering): https://goo.gl/maps/469PdJRcPhP2.

De Oude Dame van het Amsterdamse Bos
4 mei 2018 om 10:30
Gastblog Amsterdamse Bos
De Oude Dame in bloei met op de voorgrond het monument 'De Kruiwagen', foto: Wouter van der Wulp.

De 'Oude Dame'

Feest in het Bos, de uitbundige bloei van de paardenkastanjes is weer begonnen. Je vindt ze makkelijk bij de Arena, bij het Doolhof naast de Geitenboerderij en langs de Hoornsloot bij P Zonneweide bijvoorbeeld. Maar ga vooral ook even langs bij die ene die alleen staat. Die bejaarde paardenkastanje bij de Grote Speelweide, bekend als de Oude Dame van het Bos. Zoals het een echte diva betaamt, blijft haar precieze leeftijd een goed bewaard geheim. Vanwege haar grandeur werd zij in 2007 door de schrijvers van het Amsterdamse Bomenboek geschat op zo’n anderhalve eeuw oud. Dat lijkt een overschatting van haar leeftijd, hoewel ze beslist ouder is dan het Amsterdamse Bos. Op dezelfde plek waar ze nu in het Bos staat, stond zij namelijk eerst op een van de kwekerijen in de Rietwijkeroorderpolder. Deze polder is eind 19de eeuw uitgeveend voor de turfwinning en pas in 1906 weer drooggemalen en geschikt gemaakt voor tuin- en akkerbouw. Niet erg waarschijnlijk dus dat onze paardenkastanje ondertussen zo’n 160 jaar oud is. Maar haar eeuwfeest heeft ze zeker al gevierd.

Op de 1e rang

Rond dezelfde tijd dat de polder weer drooggepompt werd, pleitte de bekende Nederlandse bioloog en onderwijzer Jac. P. Thijsse voor een bos ten zuiden van de Nieuwe Meer. Dertig jaar later zat onze Oude Dame op de eerste rang bij de aanleg van dit bos. Een uniek bos om meerdere redenen. Aangelegd voor ontspanning van alle bevolkingsgroepen in plaats van alleen voor de gegoede burgerij. Wel acht keer zo groot als Hyde Park in Londen. Gerealiseerd dankzij de inzet van duizenden werklozen (ruim twintigduizend tussen 1934 en 1945). Ontworpen in een geheel eigen stijl met elementen uit de Engelse Landschapsstijl en de Duitse Volksparken; met kleine hoogteverschillen die het bos groter doen lijken en hellingen die de dieptewerking versterken. En dat alles meters onder zeeniveau.

Eerbetoon

Al het grondverzet, zoals het graven van vijvers en sloten, was een kwestie van kruiwagens en zweetdruppels. Onze Oude Dame heeft het allemaal gezien. De grote ligweide waarop de paardenkastanje uitkijkt, is met veel precisie ontworpen door Jakoba Mulder. Zij heeft ervoor gezorgd dat deze met een licht bolle helling van 1 op 100 afloopt naar de waterkant van de Grote Vijver. Zo mooi als je alleen met handwerk kan bereiken. Als eerbetoon is in 1980 bij de Oude Dame een reusachtige kruiwagen geplaatst als monument voor alle arbeiders in de werkverschaffing die het Bos mogelijk gemaakt hebben.

Overleven

Maar nu loop ik ver op de zaken vooruit. Want dat deze paardenkastanje de aanleg van het bos heeft overleefd, was helemaal niet vanzelfsprekend. Op de plek van de Dame moest de grond flink opgehoogd worden. Om dat te overleven is er puin rond de stam gestapeld met een dunne laag aarde erover. Je kunt dat ophogen nog goed zien aan de grote gesteltakken die laag boven de grond uit de stam komen.

Vervolgens heeft de paardenkastanje ook de oorlog nog moeten overleven. Met bombardementen vanwege het nabijgelegen Schiphol.

Toekomst

En tegenwoordig eist ouderdom zijn tol met zwammen, kastanjemineermotten en de dreiging van kastanjebloedingsziekte. Om uitscheuren van takken te voorkomen is ze in 2017 licht ingekort en voorzien van twee flexibele boomankers. De krimpfase is begonnen. Maar met gepaste maatregelen hopen  we nog jarenlang te blijven genieten van onze Oude Dame en haar uitbundige bloei. Want het is een krasse oude diva aan wiens voet jong en oud genieten van het kinderstrandje, de weide en het varen op de vijver met kano of waterfiets.