Bomenonderhoud in het Amsterdamse Bos
In het Amsterdamse Bos werken we ieder winterseizoen aan het onderhoud van bomen. De werkzaamheden vinden plaats tussen september en maart. We werken tegelijkertijd op meerdere plaatsen in het Bos. Voor het werk gebruiken we mobiele hoogwerkers en we zetten het werkgebied af met mobiele afzettingen. Ga niet voorbij de afzettingen en houd uw hond aan de lijn. Voorbijgangers kunnen enige overlast ervaren.
We controleren bomen langs paden en wegen en bij gebouwen. Ook dunnen we op verschillende plekken het bos uit. Dit is onderdeel van duurzaam bosbeheer.
Bomencontrole: zorgplicht
Het Amsterdamse Bos is een drukbezocht natuur- en recreatiegebied. We hebben een zorgplicht, we moeten de veiligheid van bezoekers zo goed mogelijk waarborgen. Daarom controleren we bomen langs paden en wegen en bij gebouwen. Op plekken waar veel mensen komen, controleren we bomen extra vaak. Denk aan speelweiden, drukke fiets- en wandelroutes en wegen voor autoverkeer. We letten onder andere op de stevigheid en gezondheid van bomen. Bomen en takken die gevaar kunnen opleveren, verwijderen we. Ook halen we dood hout uit de kruinen van bomen.
Essentaksterfte
Bij het controleren van essen letten we ook op essentaksterfte. Dit is een ziekte die wordt veroorzaakt door een schimmel uit Azië. De schimmel tast essen aan, waardoor takken en delen van de boomkroon afsterven. Hierdoor verzwakt de boom en kan de stam makkelijker breken. De ziekte is niet te bestrijden. Daarom verwijderen we aangetaste essen als ze gevaar opleveren voor bezoekers. Andere bomen krijgen zo de ruimte om verder te groeien. Op termijn kunnen die bomen het groene beeld herstellen. Later bekijken we of het nodig is om extra bomen te planten.
Duurzaam bosbeheer: dunnen
Ieder winterseizoen kappen we in een deel van het Bos een aantal bomen. Dit noemen we het ‘dunnen’ van het bos. De bomen die blijven staan, krijgen daardoor meer licht en ruimte om hun takken en wortels te ontwikkelen. Zo kunnen ze uitgroeien tot stevige, gezonde bomen die beter bestand zijn tegen ziekten en stormen. Door te dunnen ontstaat er ook ruimte voor jonge bomen om op te groeien. Zo helpen we het Bos om zich te ontwikkelen tot een gezond en gevarieerd bos met zowel jonge als grote, oude bomen.
Bomen markeren: blessen
Voordat we bomen kappen, geven we de bomen een feloranje markering. Dit noemen we blessen. De gemarkeerde bomen zagen we om of we ringen ze. Bij ringen halen we een strook bast rondom de stam weg. Hierdoor wordt de sapstroom onderbroken en sterft de boom langzaam af. Veel organismen profiteren hiervan. We ringen alleen bomen op plekken waar dit veilig kan, op voldoende afstand van paden, wegen en gebouwen.
Dood hout leeft
Dood hout is belangrijk voor de natuur. Het biedt voedsel en schuilplaatsen aan insecten, schimmels en andere dieren. Ook kunnen dieren er een nest in maken.
Daarom laten we een deel van de omgezaagde boomstammen in het Bos liggen en waar het veilig kan blijven dode bomen staan. Een deel van de gezaagde stammen halen we weg, bijvoorbeeld op plekken waar er niet voldoende ruimte is om het dode hout te laten liggen.
Stammen die niet in het Bos kunnen blijven liggen gaan naar de Houtwerf van de gemeente. Zoveel mogelijk hout krijgt een nieuwe bestemming in de gemeente Amsterdam. We verwerken het hout bijvoorbeeld tot gevelbekleding, hekwerken en bankjes. Zo blijft CO2 langdurig opgeslagen.
FSC-gecertificeerd
Het Amsterdamse Bos is FSC-gecertificeerd. FSC staat voor Forest Stewardship Council. Dit betekent dat we het Bos beheren volgens de principes van verantwoord bosbeheer. Bij verantwoord bosbeheer is er aandacht voor de natuur, de mensen en de economie. Zo houden we rekening met de verschillende belangen die bij bosbeheer horen.
